ö­ve­rlei­dig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈøː·və·ɾlaɪ̯·dɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ö·ve·rlei·dig
överleidiger överleidigst
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: över + -ig