Eh­ren­baas in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɛː·ɾənˌbɔːz/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Eh·ren·baas
Pluralis: Ehrenbasen m de Eh­ren­baas
[1]
perifere woordenschat
Voorbeelden:
Hans Dirks weer Ehrenbaas von’n Olenborger Spieker.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Ehr + Baas