Zen­sur in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈt͡sɛn·zuː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Zen·sur
Plural: Zen­su­ren f de Zen­sur
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Noot op Leistungen in de School
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits: