He­ren in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈhɛː·ɾən/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: He·ren
Plural: He­rens m de He­ren
[1]
geavanceerde woordenschat
biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
De Heren weer en wichtig Hannelsgoot för de Hanse.

Etymologie:

Woord afleidt van: -en