Bo in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› ❔︎
Pluralis: Boten m de Bo
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Bau
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Bau
Voorbeelden:
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
hol
Engels:
Duits:
Bau
Voorbeelden:
De Voss leevt in en Bo.

Etymologie:

Woord afleidt van: boen