Reeg in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Reeg ❔︎
Pluralis: Regen f de Reeg
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Saken in regelte Affolg
Nederlands:
rij
Engels:
row
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
rij
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Elk Stroof von dat Gedicht hett veer Regen.
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Is hier allens bi de Reeg?