Röst­kar­tuf­fel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɾœst·kaɾˌtʊ·fəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Röst·kar·tuf·fel
Pluralis: Röstkartuffeln f de Röst­kar­tuf­fel
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
Wi eet Röstkartuffeln jümmer to Gröönkohl un Kassler.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: rösten + Kartuffel