e­laatsch in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ɛː·lɔːtʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: e·laatsch
elaatscher elaatschst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[3]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
nich oordig
Nederlands:
Engels:
Duits: