Dü­vels­wark in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈdyː·vəlsˌva͡ɐk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Dü·vels·wark
Niet gebruikt het pluralis n dat Dü­vels­wark
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Düvel + Wark