Kenn­te­ken in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› kennteken ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈkɛnˌtɛːkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kenn·te·ken
Pluralis: Kenntekens n dat Kenn­te­ken
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: kennen + Teken