Lees­te­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈlɛːˑzˌtɛːkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lees·te·ken
Pluralis: Leestekens n dat Lees­te­ken
[1]
perifere woordenschat
Synoniemen:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: lesen + Teken