Uitspraak in het Plat: /ˈsa·bəlˌpɔt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sab·bel·pott
Pluralis: Sabbelpött m de Sab­bel­pott
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
He is en Sabbelpott un vertellt in een Tour.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: sabbeln + Pott