Stamm­book in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈstamˌbɔu̯k/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Stamm·book
Plural: Stamm­bö­ker n dat Stamm­book
Plural: Stamm­bo­ken n dat Stamm­book
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Stamm + Book