Stamm in het Nedersaksisch

Pluralis: Stämm m de Stamm
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
senkrecht Deel von’n Boom
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits: