Stamm in het Nedersaksisch

Plural: Stämm m de Stamm
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Crusier, CC BY 3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
senkrecht Deel von’n Boom
Nederlands:
=
stam
Engels:
=
stem
Duits:
=
Stamm
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
stam
Engels:
Duits:
=
Stamm
[3]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Grupp Leevwesen in de Taxonomie
Nederlands:
=
stam
Duits:
=
Stamm