Se­len­ver­kö­per in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɛɪ̯ln̩·fəɾˌkœɪ̯·pɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Se·len·ver·kö·per
Plural: Se­len­ver­kö­pers m de Se­len­ver­kö­per
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratiev

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Seel + ver- + Köper