veer­teihn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɛɪ̯ɾˌtaɪ̯n/
telwoord
Afbreking: veer·teihn
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
14
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: veer + teihn