Gro­ten­döör in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɾɔu̯tn̩ˌdøː͡ɐ/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Gro·ten·döör
Plural: Gro­ten­döörn f de Gro­ten­döör
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Ra Boe, CC BY-SA 2.5
[1]
geavanceerde woordenschat
actief

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: groot + Döör