Tähn­bre­ker in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtɛːnˌbɾɛː·kɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tähn·bre·ker
Plural: Tähn­bre­kers m de Tähn­bre­ker
[1]
geavanceerde woordenschat
joking Waarschuwing: deze onderbeduiding is geen ernstige uitdrukking en zal in een eernstige context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Tähn + Breker