Uitspraak in het Plat: /bɾɛɪ̯kɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bre·ker
Pluralis: Bre­kers m de Bre­ker
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
of a man
Duits:
Voorbeelden:
He is en Breker von Keerl!

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: breken + -er