to­merr­n in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtɔu̯ˌməɾn/
bijwoord
Afbreking: to·merrn
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: to + merrn