Ha­ckels in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈha·kəls/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ha·ckels
Niet gebruikt het pluralis n dat Ha­ckels
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
lütt hackt Kraam
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: hacken + -els