Fin­ger in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɪ·ŋɐ/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fin·ger
Pluralis: Fingern m de Fin­ger Nordniedersächsisch, Ostfälisch, Mecklenburgisch
Pluralis: Fingers m de Fin­ger Nordniedersächsisch
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Ik heff mi de Fingern verbrennt.