stüür­loos in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈstyː͡ɐˌlɔu̯s/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: stüür·loos
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:
Dat Schipp drifft stüürloos.
[2]
geavanceerde woordenschat
Examples:
Wat leevst du bloots för en stüürloos Leven!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Stüür + -loos