vull­wus­sen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /fʊlˈvʊsn̩/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: vull·wus·sen
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
över 18
Engels:
Duits:
Examples:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: vull + wassen