Grüpp­steen in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɡɾʏpˌstɛːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Grüpp·steen
Pluralis: Grüppsteen m de Grüpp­steen

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Grüpp + Steen