O­li­ven­ööl in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /oːˈliːm̩ˌøːˑl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: O·li·ven·ööl
Niet gebruikt het pluralis n dat O­li­ven­ööl
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Haal mi ees de Buddel mit Olivenööl ut dat Schapp!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Oliv + Ööl