Kurs in het Nedersaksisch

Pluralis: Kursen m de Kurs
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Lehrgang
Nederlands:
les
Duits:
Voorbeelden: