Stadt­plaan in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈstatˌplɔːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Stadt·plaan
Pluralis: Stadtplään m de Stadt­plaan
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Stadt + Plaan