Kna­ken­bre­ker in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈknɔːkn̩ˌbɾɛː·kɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kna·ken·bre·ker
Plural: Kna­ken­bre­kers m de Kna­ken­bre­ker
[1]
geavanceerde woordenschat
joking Waarschuwing: deze onderbeduiding is geen ernstige uitdrukking en zal in een eernstige context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Knaken + Breker