Sle­den in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈslɛːdn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sle·den
Pluralis: Sledens m de Sle­den
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
perifere woordenschat

Etymologie:

Woord afleidt van: Sleed