leef in het Nedersaksisch

lever leefst
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:
=
lieb
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
=
lieb
Examples:
[1] De Hund deit nix, de is ganz leef.