bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ach·ter
achterer achterst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Kannst du mi den achtersten Boom dor ümsagen?

Etymologie:

Woord afleidt van: achter
Identieke woorden ››› achter ❔︎ achter ❔︎