loos in het Nedersaksisch

[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
[1] Maak mal dat Finster loos!
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
locker, nich fast
Duits:
=
lose
=
los
[3]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
kenntekent dat Starten von wat
Duits:
=
los
Examples:
[1] Wöölt wi loos?
[4]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
in 'e Gang
Duits:
los
Examples:
[1] Wat is dor loos?