Ke­tel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkɛː·təl/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ke·tel
Pluralis: Ketels m de Ke­tel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: