La­den in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlɔːdn̩/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: La·den
Plural: La­dens m de La­den
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Geschäft
Engels:
Duits:
=
Laden