Bum­bam in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbʊm·bam/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bum·bam
f de Bum­bam
[1]
perifere woordenschat
figuratiev
Nedersaksisch:
[3]
perifere woordenschat
figuratiev
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: