Kaf­fe­dick in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈka·fɛˌdɪk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kaf·fe·dick
Niet gebruikt het pluralis n dat Kaf­fe­dick
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kaffe + dick