Höh­ner­rick in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhøːy̯·nɐˌɾɪk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Höh·ner·rick
Plural: Höh­ner­ri­cken n dat Höh­ner­rick
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hohn + Rick