Kar­ken­book in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈka͡ɐkn̩ˌbɔu̯k/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kar·ken·book
Plural: Kar­ken­bö­ker n dat Kar­ken­book
Plural: Kar­ken­bo­ken n dat Kar­ken­book
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kark + Book