hud­de­lig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhʊ·də·lɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: hud·de·lig
huddeliger huddeligst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: huddeln + -ig