Wa­ter­po­lack in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɔː·tɐ·pɔu̯·lak/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wa·ter·po·lack
Plural: Wa­ter­po­la­cken m de Wa­ter­po­lack
[1]
perifere woordenschat
is een eigennaam

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Water + Polack