ö­ver­spö­nig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈøː·vɐˌspœɪ̯·nɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ö·ver·spö·nig
överspauniger överspaunigst
[1]
geavanceerde woordenschat
[2]
geavanceerde woordenschat
[3]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: över + Spoon + -ig