Schiet­krööt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃiːtˌkɾøːˑt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schiet·krööt
Plural: Schiet­krö­ten f de Schiet­krööt
[1]
perifere woordenschat
negative Waarschuwing: deze onderbeduiding is een negatieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
De Schietkrööt hett nix as Undöögd in’n Kopp!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: schieten + Krööt