Bruus­wa­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbɾuːˑzˌvɔː·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bruus·wa·ter
Niet gebruikt het pluralis n dat Bruus­wa­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: brusen + Water