Oorstroomdaal in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɔu̯ɾˌstɾɔu̯m·dɔːl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Oor·stroom·daal
Plural: Oorstroomdaal n dat Oorstroomdaal
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Daal, dör dat in de Iestied dat Water von de Gletschers afflaten is
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: oor- + Stroom + Daal