tö­mig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtøːy̯·mɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: tö·mig
tömiger tömigst
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
[3]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
[4]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: -ig