Al­ler­welts­ben­gel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈa·lɐˌvɛlt͡s·bɛ·ŋəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Al·ler·welts·ben·gel
Plural: Al­ler­welts­ben­gels m de Al­ler­welts­ben­gel
[1]
perifere woordenschat
positive Waarschuwing: deze onderbeduiding is een positieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: allerwelts- + Bengel