U­ni­form in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈʊ·nɪˌfɔ͡ɐm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: U·ni·form
Pluralis: Uniformen f de U­ni­form
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: Form