Con­tai­ner in het Nedersaksisch

Uitspraak: /kɔn·ˈtɛː·nɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Con·tai·ner
Plural: Con­tai­ners m de Con­tai­ner
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
De gröttsten Containerscheep op de Welt köönt över 20.000 Containers transporteren.