Kas­ten in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Kasten ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈkastn̩/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kas·ten
Pluralis: Kastens m de Kas­ten
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
box
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
ark
Engels:
ark
Duits:
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[4]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: